gerbie: (booshop)


Liz Evans – Don’t mess with Mrs In-Between (08-081)

Compared to previous books I read by Liz Evans, (Sick as a Parrot, JFK is missing and Who Killed Marilyn Monroe), this book took me too long. It was all a bit far fetched, less humorous, too many unexpected hence unrealistic twists.

Don’t read me wrong, I did enjoy reading this book, but it just wasn’t as good as other books I read by her. Grace has to find three people with only some pictures as help. Obviously things are never as straightforward as they seem and she ends up in a murder case, with people smuggling thrown in as an extra, a MP and her son as extra characters and (former) colleagues as complicating factors.

One more book for me to be read by Liz Evans. Unless she writes a new one before I get my hands on the last volume.

Quote: “ ‘I was held up by a geriatric lunatic with a set of teeth he borrowed from a cart-horse, and a loaded shotgun.’ ‘That’ll be Dad,’ Harry Rouse said, leaning over the top bar to test the leather bindings. “ (p.40)


Number: 08-081
Title: Don’t mess with Mrs In-Between
Author: Liz Evans
Language: English (UK)
Year: 2000
# Pages: 345 (16791)
Category: Crime
ISBN: 0-75282-539-9

gerbie: (Default)


P.F. Thomése – Schaduwkind (08-079)

Frans Thomése was voor mij weer een ontdekking via Hard Gras. Hij schreef een prachtige geschiedenis van Nederland, waarin hij Nederland verdeelde in Cruijffianen en Galianen. De kunstenaars waren Cruijffianen, de stadhouders Galianen. Mooi gevonden. Ik nam me voor wat meer van hem te lezen. Het heeft even geduurd, maar in mijn boekenverzameling had ik gewoon nog geen boek van hem klaar staan, zoals bij sommige schrijvers die ik elders ontdek toevallig wel het geval is.

Schaduwkind was het eerste boek dat ik dus van hem las. En als ik ooit een goed boek op een verkeerd moment heb gelezen, was het dit wel. Heeft dus niets met Thomése te maken, maar puur toevallig met mij zelf, mijn eigen leven. Want wie leest er nou, een maand voor de eerste keer dat je je vader mag noemen, een boek over een overleden kind?

Later las ik (in het ziekenhuiswachtkamer bij een controle, o toeval) een uitgebreid portret van de schrijver, waarin ook dit boek natuurlijk ter sprake kwam. Het was zijn manier om het overlijden van zijn dochtertje van zes weken van zich af te schrijven. Dat het geen fictief verhaal was, had ik natuurlijk allang door. Het is onmogelijk om zo intensief te beschrijven wat je voelt, hoe het leven is, zonder dat je die gevoelens zelf hebt meegemaakt.

Binnenkort moet ik maar eens op zoek naar Vladivostock, zijn politieke roman, ik kan niet wachten op zijn volgende roman, waaruit hij al flarden voorlas vorige maand in Almelo, en misschien moet ik over een paar jaar Schaduwkind nog maar eens lezen. Omdat het waarschijnlijk ook wel een goed boek was, maar vooral omdat ik het deze keer niet echt tot me heb laten doordringen. Het lukte me niet. Het zij zo.

Quote: “Een vrouw die haar man begraaft, wordt weduwe genoemd, een man die zonder zijn vrouw achterblijft, weduwnaar. Een kind zonder ouders is wees. Maar hoe heten vader en moeder van een gestorven kind?” (Blz. 10)


Nummer: 08-079
Titel: Schaduwkind
Auteur: P.F. Thomése
Taal: Nederlands
Jaar: 2003
# Pagina’s: 109 (16318)
Categorie: Non-fictie
ISBN: 978-90-254-2855-6

gerbie: (booshop)


Eefje Pleij – Juf met staarten op een zwarte school (08-078)

Eefje is de juf die je graag de stap naar het onderwijs ziet maken. Jong en enthousiast, vol energie, nog niet gebonden aan conventies of cynisme, optimistisch zoals de jeugd hoort te zijn. Ze begint in het onderwijs op een zwarte school, niet een logische keuze voor een meisje uit het Gooi. Over haar eerste twee jaar in het onderwijs schreef ze dit boek.

Ik kwam het toevallig tegen, op het internet later zag ik dat er over dit boek al flink is gediscussieerd. Gelukkig las ik het boek eerst, zodat ik mijn eigen mening kan vormen. Eefje is naïef. Ook dat is leuk. Belegen onderwijzers zijn er genoeg, betweters ook, dus is een jonge lerares voor de klas een verademing voor kinderen, ouders, collegae en wie zich nogal meer met het onderwijs bemoeit.

Interessant is ook om te lezen dat vele dingen uit de dagelijkse praktijk overal blijken te heersen. Of je nu op een beroepsopleiding in het oosten des landes les geeft of op een zwarte lagere school in het westen, iedereen doet zenuwachtig als de inspectie komt, maar geen inspecteur kijkt naar de dingen die er daadwerkelijk toe doen, zo lang de regels maar gevolgd worden en er verslaglegging is. Overal kom je kinderen tegen die zoveel aan hun hoofd hebben, dat je allang blij bent dat ze gewoon op school komen, dat je accepteert dat de gedachten regelmatig afdwalen. Ook komen alle docenten ouders tegen die alle verantwoordelijkheid voor de opvoeding naar de school afschuiven, die zelf al moeite hebben om voor de voeding te zorgen.

Als ervaringsdeskundige las ik dit boek graag. Eefje schrijft toegankelijk, bijna simpel. Ze is bijna trots op de naïviteit die haar eerste jaar kenmerkte, maar die haar ook in haar tweede jaar nog steeds parten speelt. Ze is extreem begripvol en probeert van alle culturen het beste te zien. Dat ze daardoor soms onderdeel van het probleem wordt, heeft ze eerst nog niet door, maar later wordt het maar al te duidelijk.

Het wordt schrijnend als leerlingen die zij mocht, in haar thee en op haar brood blijken te spugen achter haar rug. Wanneer een halve klas de souvenirshop van het dolfinarium leeg rooft op een schoolreisje. En als tenslotte een ruzie ontstaat tussen haar en een moeder van een van haar leerlingen die haar vals beschuldigt, vraag je je af of Eefje nog steeds niet door heeft dat haar eigen gedrag dit soort problemen uitlokt. En dat ze dit ook weer allemaal open en bloot bespreekt in dit boek, spreekt absoluut voor haar integriteit, ze heeft niet door dat ze ook wat fout deed, maar niet voor haar intelligentie. De manier waarop ze het laatste genoemde probleem aanpakt getuigt niet van een voortschrijdend inzicht.

Ik hoop dat Eefje in het onderwijs blijft. Dat ze haar enthousiasme kan behouden. Net als haar optimisme. Maar ook hoop ik voor haar dat ze volwassen wordt. Dat ze leert dat de wereld niet altijd eerlijk is, dat ouders en collegae natuurlijke bondgenoten zijn, maar in de praktijk dat niet altijd blijken te zijn. En dat ze nog veel van haar af mag schrijven.


Quote: “Toch ben ik trots. Onbewust heb ik kinderen aan het lezen gekregen, kinderen die het aanvankelijk stom vonden, zoals ik vroeger, om te lezen. Hopelijk blijft deze hype langer hangen dan de gemiddelde. Daar doe ik dat ook erg mijn best voor. Voor ieder personage kies ik een andere stem, gebruik mijn handen en voeten als het moeilijk wordt, houd veelbetekenende stiltes in spannende scènes en weet iedere voorleesbeurt te eindigen met een cliffhanger. Ik speel toneel, ik entertain, ik geniet.” (blz. 77)


Nummer: 08-078
Titel: Juf met staarten op een zwarte school
Auteur: Eefje Pleij
Taal: Nederlands
Jaar: 2004
# Pagina’s: 192 (16209)
Categorie: Non-fictie
ISBN: 978-90-417-0681-2

gerbie: (booshop)


P. Kouwes – Daar schrik je toch van (08-077)

Ik kijk wel eens op GeenStijl, maar ben geen echte fan. Zeker ook geen reaguurder. Ook heb ik dus gemist dat P. Kouwes daar aan het dichten sloeg. En dat daar mensen op zaten te wachten. Henk Spaan in Onze Taal: “Het is woensdagavond om een uur of tien en tientallen mensen zitten grinnikend achter hun beeldscherm. Ze kijken niet naar porno, maar lezen poëzie. Ik vind dat bijzonder. Geen dichter in Nederland mag zich in zo’n gretige aandacht verheugen.”

P. Kouwes blijkt Nico Dijkshoorn te zijn, tegenwoordig ook bekend als columnist van de Volkskrant, korte verhalenschrijver in Hard Gras, huisdichter van DWDD en nog meer gedichten. De ondertitel van dit boek is ‘de eerste 1000 gedichten’. Kouwes schrijft gedichten net zo snel als anderen denken. Misschien is dat ook wel juist zijn kracht. Misschien zijn een hoop gedichten daardoor wel herkenbaar. Mijn favorieten zijn de Louis van Gaal gedichten, al zijn sommige ultrakorte gedichten (titel, 1 regel) ook grappig. Een enkele keer gaan de gedichten ook dieper dan je door hebt, maar al met al blijft het leuk om te lezen, bladzijde na bladzijde. Sterker nog, deze 1000 hebben me minder tijd gekost dan 20 van Neruda. Ieder zijn stijl dus.

Enkele voorbeelden:

AANKONDIGING

en
dan nu
een dichter
en daarna
weer
wat
leuks


JAMMER

net
als
voskuil
had hij
een
kutbaan
alleen
kon
hij
niet
schrijven


UITZICHT OP ZEE 2

nou
leuk


SM VOOR BEGINNERS

ik
streel
nu heel
hard je
rug



En dat nog 996 keer. Prachtig.


Nummer: 08-077
Titel: Daar schrik je toch van
Auteur: P. Kouwes
Taal: Nederlands
Jaar: 2008
# Pagina’s: 605 (16017)
Categorie: Poëzie
ISBN: 978-90-468-0499-5

gerbie: (booshop)

08076Reid, Gelijnse & van Tol – Fokke & Sukke, het afzien van 2008 (08-076)

Net als in 2007, 2006, 2005, 2004, 2003, 2002 en 2001, las ik ook nu weer het jaaroverzicht van Fokke & Sukke.

Hun populariteit is flink gestegen de laatste jaren, dagelijks bij DWDD betekent ook veel nieuw publiek, een Engelse versie, merchandising, alles is beter geregeld. Alleen jammer dat het jaaroverzicht begin december al in de winkels moet liggen. Want dat het een leuk cadeauboekje is, lijkt me duidelijk. Maar dat daardoor het jaaroverzicht eindigt halverwege november is doodzonde, anderhalve maand mist het boekje op deze manier. En of je dan nog mag spreken van een jaaroverzicht?

Volgens de twee vogels is 2008 het jaar van de OV-chipkaart, klokkenluiders, Fitna, Grootmoefti, Hillary, boerkaverbod, onderwijsvernieuwing, brand TU Delft, Opinio, Deltacommissie, rookverbod, Fortis, Zuid-Ossetië, ambulancepersoneel, McCain, Astrotijd, JSF, Madonna, Maradona, IJsland, EK 2008, penisplant, noord/zuidlijn, Peter R. de Vries, CERN, Palin, Gay Pride, ABN Amro, bonusregeling, prachtwijken, Joran van der Sloot, Damien Hirst, Joe the Plumber, kredietcrisis, Barack Obama.

Quote: “Fokke en Sukke doen het voor Nederland. Geen nood, mensen, wij van de belastingdienst pakken Hiddink nog wel terug!” (Blz. 60)


Nummer: 08-076
Titel: Fokke & Sukke. Het afzien van 2008
Auteur: Reid, Geleijnse & van Tol
Taal: Nederlands
Jaar: 2008
# Pagina’s: 112 (15412)
Categorie: Humor
ISBN: 978-90-7875-320-9



Photobucket

gerbie: (booshop)


Marcel van Roosmalen – De Pimmels (08-075)

Ik ken van Roosmalen vooral van zijn verhalen in Hard Gras. Zijn meesterwerk is het verhaal over een jaar Vitesse volgen (07-001) met de veelzeggende titel “Je hebt het niet van mij”. Tegelijkertijd met dat boek las ik een oud boek over Fortuyn (07-006) dat ik nog in de kast had staan, uit een of andere opruimingsboek. Kom ik er toch halverwege pas achter dat het dezelfde schrijver is. Mijn waardering steeg. Iemand die boeiend kan schrijven over voetbal én politiek, die is een goede schrijver. Sindsdien valt het me al snel op wanneer van Roosmalen iets schrijft. In de Vara-gids bijvoorbeeld, of weer in Hard Gras, met een wat korter verhaal. Over Oranjesupporters die iedereen verplichtten mee te doen, of je nu wil of niet. Over Vitesse directeuren die hem niet meer willen spreken, na de publicatie van zijn boek. Of, zoals in dit boek, over de volgelingen van Pim Fortuyn. De zogenaamde Pimmels.

Een serie verhalen die HP/De Tijd verscheen en gelukkig ook in boekvorm. Nadat ik Van Roosmalen afgelopen Oktober had gevraagd zijn boek over Fortuyn te signeren (hij sprak me met u aan. Ben ik nu oud of heeft de schrijver last van het McDonalds-syndroom?) na een mooie Hard Gras voorstelling, besloot ik kort nadien om dit boek te lezen.

Zoals eigenlijk wel bekend was ondertussen, was het groepje kamerleden dat onder de naam LPF de politiek indook, een groot zootje. Opportunisten, gelukszoekers, gefrustreerde ondernemers en politici die bij andere partijen mislukten. Als journalist krijg je een goed beeld van deze mensen, die allemaal graag de publiciteit zochten, die graag lekten, die graag hun gelijk wilden behalen, op welke manier dan ook.

Vliegtuigspotter Herben, Porno-handelaar Eberhard, ubercommercieel Mens, ex-CDA-er Janssen van Raay, allemaal spelen ze een bedenkelijke rol in de tragikomedie die John Lanting niet had kunnen schrijven. Mensen die op non-actief worden gezet en weer teruggevraagd. Geldschieters die invloed denken te kopen. Vergadertijgers die ineens de top bereiken, je kunt het zo gek niet bedenken, of de LPF heeft het meegemaakt.

Van Roosmalen kijkt van de zijkant naar deze opmerkelijke periode in de vaderlandse politiek. Hij beschouwt, zuigt, vraagt door, doet navraag, geeft iedereen een kans om aan het woord te komen en trekt zijn eigen conclusies. Hij is de partijleiding zelfs te slim af (niet dat dat zo moeilijk was) door lid te worden zodat hij ook op het persvrije partijcongres verslag kan doen.

Prachtig boek weer. Leuke les voor iedereen die denkt even snel carrière te maken in de politiek, of die denkt een nieuwe partij zo op te richten. Leest u mee mevrouw Verdonk?

Quote: ”In de dagen erna wordt bekend dat Harry Wijnschenk een medewerker van Winnie de Jong heeft ontslagen, dreigt Winnie de Jong de LPF-fractie te verlaten, beschuldigt Winnie de Jong Ferry Hoogendijk ervan een kamerzetel te hebben gekocht, wil Ferry Hoogendijk Winnie de Jong aanklagen, zegt Winnie de Jong dat Harry moet ‘ophoepelen’, vindt Jimmy Janssen van Raay dat de fractie ondemocratisch wordt geleid, schaart Cor Eberhard zich achter Winnie de Jong, wordt ook Theo de Graaf beschuldigd van het kopen van een Kamerzetel en eet Volkert rustig door.” (Blz. 74)


Nummer: 08-075
Titel: De Pimmels
Auteur: Marcel van Roosmalen
Taal: Nederlands
Jaar: 2003
# Pagina’s: 122 (15300)
Categorie: Politiek
ISBN: 90-5911-256-3

gerbie: (booshop)
08074

Leo Blokhuis – Het plaatjesboek (08-074)

De populariteit van de Top 2000, afgeleid van het oude succesnummer de Top 100 aller tijden, is de laatste jaren gigantisch groot. Daardoor kwam er natuurlijk ook een televisieprogramma, naast de radio-uitzending, gepresenteerd door Matthijs van Nieuwkerk, de voormalige hoofdredacteur van het Parool, de mislukte presentator van Nova, de erg geslaagde host van De Wereld Draait door. In dat programma is de ‘steun en toeverlaat’, zoals van Nieuwkerk het noemt, Leo Blokhuis, de man van de muziekkennis.

Hij mag op de televisie filmpjes maken over allerlei artiesten, die dan de laatste week van het jaar elke avond op de televisie te zien zijn. Artiesten die ooit een hit scoorden, tegenwoordig in de Top 2000 staan, maar de rest van het jaar genegeerd worden. Blokhuis, zoon van een predikant van gereformeerde huize, groeide dus op zonder popmuziek, maar heeft op latere leeftijd een inhaalslag gemaakt, waardoor hij tegenwoordig zoveel muziekkennis heeft, dat hij andere professionals in de schaduw stelt. Zijn kennis gebruikt hij ook voor het muziekprogramma van Mart Smeets, For the Record, waar de sympathieke sportpresentator, onlangs nog winnaar van een oeuvreprijs, vooral veel Americana draait. Americana is een genre dat ergens tussen country en singer songwriters inzit, vooral gewaardeerd door mannen van middelbare leeftijd, een leeftijd die door Blokhuis tegenwoordig ook al bereikt is.

Vroeger werkte hij ook samen met Jan Douwe Kroeske, in het programma Twee meter sessies, waarin vele artiesten akoestische versies opnamen voor de Nederlandse radio. Het idee is vergelijkbaar (afgekeken?) met MTV-Unplugged, waarin vele wereldsterren optraden. Ook van de Twee Meter Sessies zijn meerdere verzamelceedees uitgekomen. De naam Twee Meter sessies kwam overigens van het radioprogramma Twee Meter de lucht in, wat weer refereerde aan de lengte van de presentator, met wie Blokhuis samenwerkte.

Samen met zijn vriendin Ricky Koole stond Blokhuis ook al in de theaters. Koole is natuurlijk bekender als actrice in vele films en televisieseries, onder andere het net uitgekomen Wit Licht, waarin Marco Borsato de hoofdrol speelt. Borsato is een artiest, doorgebroken via Henny Huismans Soundmixshow jaren geleden, die door Blokhuis weer niet vaak gedraaid zal worden, in zijn huidige baan als programmeur van Radio 2.

Omdat iedereen die met zijn hoofd vaker dan twee keer op televisie is geweest, door een uitgever benaderd wordt om iets van een boek te produceren, werd Blokhuis natuurlijk ook in staat gesteld om iets van zijn onuitputtelijke muziekkennis op papier te zetten. Dit doet hij nu al meerdere boeken. Dit boek, met een CD, de opvolger van de LP, maar binnenkort ook overbodig door de komst van modernere digitale geluidsdragers, bevat 16 hoofdstukken die allemaal over één liedje gaan. Die 16 liedjes staan dan natuurlijk weer op de eerdergenoemde CD. Daar staan best wel leuke weetjes in, zoals het feit dat Robert Johnson, de beste blueszanger aller tijden, het grote voorbeeld van de onuitstaanbare Eric Claption, op 27 jarige leeftijd om het leven werd gebracht door een jaloerse echtgenoot, wiens dame hij met meer dan doorsnee belangstelling had benaderd en bezocht. Maar ook onzinnige feitjes, waardoor zelfs Lee Towers, in het boek gewoon kraandrijver Leen Huyzer genoemd, dit boek heeft gehaald, wat eerdergenoemde Marco Borsato bijvoorbeeld niet is gelukt.

Ik heb bewondering voor Blokhuis, vooral voor zijn muziekkennis, maar ik hoef geen boek meer van hem te lezen. Iets te veel bijzinnetjes, iets te veel vergezochte vergelijkingen, iets te veel nutteloze feitjes.


Nummer: 08-074
Titel: Het plaatjesboek
Auteur: Leo Blokhuis
Taal: Nederlands
Jaar: 2007
# Pagina’s: 203
Categorie: Muziek
ISBN: 978-90-263-2090-3

gerbie: (booshop)
08073Ayaan Hirsi Ali – Mijn vrijheid (08-073)

Politiek interesseert me. Misschien ooit iets voor mij, al heb ik voorlopig andere dingen aan mijn hoofd, zodat de tweede kamer het na 2011 toch nog even zonder mij zal moeten doen. Hirsi Ali is een fascinerende persoonlijkheid. Bijna vijf jaar geleden begon ik een nieuwe serie stukjes over politici die afgeschaft moesten worden. Zij kreeg de eer om deel 1 aan haar opgedragen te zien. Na deel 2 stopte ik met die serie overigens, aangezien zowel Hirsi Ali als Wilders steeds prominenter werden. Waarschijnlijk niet omdat mijn verhaaltjes ergens op een server in California stonden, maar mijn pleidooi hielp in ieder geval niet.

Hirsi Ali had dus het nadeel van de twijfel toen ik met dit boek begon, overigens ook weer een leuk geschenk van mijn zusje. En ik moet zeggen dat ik onder de indruk was van haar relaas. Hoofdstukken lang beschrijft ze openhartig haar jeugd met een politicus als vader die vaker niet dan wel in de buurt was, met een extreem religieuze moeder die niets liever wilde dan lieve Ayaan op laten groeien tot goede moslima. Zelf werd ze in haar tienerjaren ook steeds strenger in de leer en liep ze in Nairobi, waar ze toen naar toe gevlucht waren, met hoofddoek over straat en volgde Koranlessen.

Het is een schrijnend verhaal. Meerdere keren moet ze een land verlaten (Somalië, Saudi Arabië en Nigeria), nooit is ze ergens op haar gemak. Ze wordt door haar clan, erg belangrijk bij Somaliërs, geholpen, maar tegelijkertijd ook extreem in de gaten gehouden. Een verhaal over haar besnijdenis, over discriminerende Arabieren, een verscheurd land waarin ze niet meer kan wonen, sociale controle en onbegrijpelijke familieclans. Een verhaal dat normaal gesproken de hoofdpersoon, lijdend onder de vele negatieve invloeden, opgroeiend zonder mogelijkheden, veel sympathie moet opleveren. Het lukt mij echter niet.

Wanneer aan het eind van haar tienerjaren de jonge Ayaan onder het toezicht van moeders wegvlucht uit Nairobi komt de Ayaan naar boven zoals wij haar veel later hebben leren kennen. De opportuniste. Ze trouwt in het geheim, maar ziet haar man na een niet erg geslaagde huwelijksnacht (te veel informatie kan ook) naar het buitenland vertrekken, waarna zij verder leeft alsof er niets gebeurt is, zodat haar familie niets over haar huwelijk weet.

Halverwege het boek is er het verhaal over haar vader die een goede echtgenoot voor haar heeft gevonden, Ayaan wordt, zoals het een goed moslimmeisje overkomt, uitgehuwelijkt. Haar toekomstig echtgenoot is opgegroeid in Canada en haar vader ziet een goede toekomst voor zijn dochter. Ayaan is niet eens aanwezig op haar eigen huwelijk. “Op een islamitisch huwelijk is noch mijn handtekening noch mijn aanwezigheid nodig”.

Ook huwelijk nummer twee is natuurlijk gedoemd te mislukken. Maar het is wel een kans voor haar om het land, het continent, de cultuur, de eeuwige controle, te ontvluchten. Via Duitsland komt ze in ons land terecht, waar ze zich als vluchtelinge meldt. Haar echtgenoot in Canada zal haar niet meer zien, haar familie in Duitsland ook niet. In Nederland bouwt ze een nieuw bestaan op.

Ook hier is het niet eenvoudig voor de jonge Ayaan. Ze leert snel Nederlands, woont zelfstandig, krijgt een permanente verblijfsvergunning en gaat studeren. Voor het eerst wordt ze ook geconfronteerd met de typisch Nederlandse bureaucratie. De decaan in Leiden adviseert haar om haar studie HBO-MW te vervolgen, politicologie zou wel eens zwaar kunnen zijn voor haar, ook de kans op werk was groter met HBO. Maar eigengereid als ze is, gaat ze tegen alle adviezen in toch met haar universitaire studie beginnen.

AyaanZe heeft Nederland in een paar jaar tijd goed leren kennen, ze vergelijkt de cultuur continu met de cultuur waarin ze is opgegroeid, de islam is voor haar steeds verder weg, de verworven vrijheid in het liberale westen past haar goed. Ze verdient geld naast haar studie door te tolken voor de vreemdelingenpolitie, ze leert mensen kennen, ze gaat op zoek naar een felbegeerd papiertje: een Nederlands paspoort.

De openhartigheid die het eerste deel van het boek zo duidelijk kenmerkt, is dan al lang verdwenen. Ze weet dat ze heeft gelogen om een verblijfsvergunning te krijgen en ziet al snel mogelijkheden om te slagen in het vreemde land. Om dan achteraf in je autobiografie weer te verklaren hoe veel je met voorbedachten rade op weg was naar een positie die macht en geld opleverde, past weer niet in het zielige verhaal. Ambitie is goed, maar je moet er niet te veel voor uitkomen, zeker niet toegeven dat je ten koste van veel, zo niet alles, de top wil bereiken.

De stap van achtergrond bij de Wiardi Beckman stichting (bij de PvdA horend), naar de voorgrond als kamerlid voor de VVD is voor mij weer bewijs van opportunisme. Niet haar principes, niet haar ideeën bepalen haar toekomst, maar de mogelijkheid, de kans die ze per ongeluk in haar schoot geworpen krijgt. Ze merkt al snel dat ze als ex-moslim in de publiciteit simpel kan scoren. Want ook al heeft ze vele redenen om de godsdienst te verachten, de manier waarop ze dat doet in de landelijke spotlights kan volgens mij alleen maar ingegeven zijn door een ongeëvenaarde ambitie, waardoor ze ook tijdelijk verblind is, de consequenties van haar woorden en daden compleet negerend. Juist zij, die de Islam en haar aanhangers van zo dichtbij kent, had moeten weten dat de provocerende manier waarop ze carrière maakt, niet goed zal vallen bij dierbaren, maar zeker ook niet bij de minder tolerante extreem godsdienstigen die er niet voor terugdeinzen om geweld te gebruiken om afvalligen zoals zij terug in het gareel te krijgen.


SubmissionDe episode met Submission, samen met Theo van Gogh, is daarvan een goed voorbeeld. De filmmaker nauwelijks kennend, beginnen ze gezamenlijk aan een avontuur waarvan ze geen idee hebben waar het hen zal brengen, behalve dan dat ze zeker weten dat publiciteit gegarandeerd is. Met weinig voorbereiding, zonder dat ze elkaar goed kennen, produceren ze al een snel een korte film die de wereld deed opschrikken. Missie geslaagd, lijkt het dus. Behalve dan dat er een idioot zo beledigd was dat die zijn eigen leven opofferde om Van Gogh te vermoorden. Ayaan duikt onder en brengt vooral veel tijd door in een motel op het platteland van de Verenigde Staten. In haar ogen heeft ze gelijk gekregen. De Islam is intolerant. Dat ze dat ook vooraf had kunnen weten en dat ze Van Gogh in haar opportunisme meesleepte, met diens tragische dood als gevolg, is iets wat ze nooit zal toegeven.

Ik weet ook heel goed dat geen voetbalsupporter het recht heeft om mij zelfs maar aan te raken, maar wanneer ik in de Kuip ga staan met een Ajax shirt aan, Ajax liederen zingend, tussen de hardcore Feyenoord hooligans in, dan weet ik ook dat ik de volgende dag geen brood hoef te smeren. Sommige dingen zijn nu eenmaal zo, provoceren kan soms best nut hebben, maar je kunt ook te ver gaan.

Uiteindelijk kiest Ayaan er voor om de tweede kamer te verlaten. De rol van voormalig bondgenote Rita Verdonk is hierin overigens niet één om trots op te zijn. Amerika is ineens het beloofde land. Ik kan niet zeggen dat ik haar mis. Zelfoverschatting lijkt me duidelijk. Voltaire heeft ze voor ogen, al heeft ze niet het lef de directe vergelijking te maken.

Al met al heb ik me heerlijk kunnen ergeren aan dit boek, het heeft zijn nut zeker bewezen. Mijn vooroordelen werden niet alleen bevestigd, het kleine beetje sympathie dat ze op basis van haar vluchtelingverhaal had verdient, is ze ook kwijtgeraakt. Daardoor een goed boek. Dat wel.

Quote: “Het was bijna niet doorgegaan. Theo wilde dat ik het script zodanig zou inkorten dat er vijf minuten zouden overblijven; ik bleef vasthouden aan toen. Hij werd kwaad en schreeuwde:”Ik ben hier niet alleen om jou te helpen je jeugdtrauma’s te verwerken!” (Blz. 387)


Nummer: 08-073
Titel: Mijn vrijheid
Auteur: Ayaan Hirsi Ali
Taal: Nederlands (Orig.: Engels)
Jaar: 2006
# Pagina’s: 448 (14975)
Categorie: Politiek
ISBN: 90-457-0112-X

gerbie: (booshop)




Hard Gras 61 – Foppe faalt (08-072)

De voorkant van Hard Gras gaat me vaker irriteren. Er zal vast wel een noodzaak zijn om veel nummer te verkopen, maar de titel die niet representatief is voor het hele boek, stoort mij. Foppe faalt, in kleine letters ‘mag het?’ als ondertitel, slaat natuurlijk terug op de Olympische Spelen waar De Haan er niet in slaagde een collectief te smeden, terwijl hem dat de twee voorgaande zomers met de Jong Oranje teams wel was gelukt, met twee Europese titels als gevolg.

Wel leuk dat Spaan deze keer besluit om eens een lang verhaal te schrijven, het titelverhaal nog wel, al heet het binnenin ineens “Een Chinees is nooit alleen”. Waarschijnlijker is trouwens dat dat de originele titel is en iemand op de afdeling Marketing de titel op de voorkant verzon. Het verhaal geeft wel een mooi beeld van de weg naar Peking en de wedstrijden die in China werden gespeeld.

Het verhaal van Hugo Borst over de eerste voetbalwedstrijd samen met zijn moeder na het overlijden van zijn vader laat nog maar eens zien hoe mooi en gevoelig Borst kan schrijven, iets dat iemand die alleen televisie kijkt nooit zal weten. Ook het verhaal van Bart Vlietstra over het voetbalteam van Vinnie Jones in California is geweldig, net als het portret van Carlos Tevez door de Argentijnse huisschrijfster Marcela Mora y Aurajo. Het verhaal van Bram de Graaf over Willeke Alberti had volgens mij beter gepast in de Margriet of Libelle, maar goed, ik zal niet te veel klagen. Ook de hockeydames van Theun de Winter horen niet in een literair voetbaltijdschrift thuis volgens mij.

Quote: “Van De Knoest zijn weinig beelden bewaard gebleven voor het nageslacht. Hij behoorde tot de generatie voetballers die speelde in de jaren dat het professionele voetbal in Nederland net was begonnen en Sport in Beeld/Studio Sport in de kinderschoenen stond.” (blz. 77)


Nummer: 08-072
Titel: Hard Gras 61. Foppe faalt.
Auteur: Diversen (Henk Spaan, Hugo Borst, Peter de Waard e.a.)
Taal: Nederlands
Jaar: 2008
# Pagina’s: 128 (14527)
Categorie: Sport (voetbal)
ISBN: 978-90-468-0430-8

gerbie: (booshop)




Tim Krabbé – De grot (08-071)

Op de middelbare school was Krabbé een van mijn favoriete schrijvers. Het ultieme wielerboek De Renner mocht ik lezen voor een werkstuk. Het gouden ei was ook een van mijn favorieten. Niet omat het lekker dun was, de bekende motivatie voor vele scholieren. Wel omdat het zo goed opgebouwd was, zo geweldig spannend, losstaande hoofdstukken die toch samenhangend bleken te zijn.

De grot lijkt me haast een poging om het succes van het gouden ei te kopiëren. Een bij voorbaat tot mislukken gedoemde poging. De opbouw van het boek vertoont gelijkenissen. Hoofdstukken die helemaal niets met elkaar te maken lijken te hebben, komen uiteindelijk toch samen. Tijd en plaats is elke keer anders, maar het verhaal staat wel.

Even dacht ik dat ik het verhaal al kende, maar volgens mij heb ik ooit ergens een hoofdstuk gelezen, waardoor ik al wist wat er te gebeuren stond. Maar een hoofdstuk later was het weer compleet nieuw, dus las ik met plezier verder. Het boek maakt je nieuwsgierig naar de samenhang, naar de evenementen die elkaar beïnvloeden. De hoofdrolspelers zijn toch een beetje te weinig uitgediept, het onvermijdelijke gevolg van ‘schrijven is schrappen’, een van de motto’s van Krabbé. Het boek staat daardoor wel, maar er blijft toch de nasmaak dat er meer van te maken was.

Tot mijn verbazing las ik ook dat het boek al verfilmd was, heb ik nooit meegekregen. Zal wel geen succes zijn geweest. Misschien ook wel een beetje de tragiek van Krabbé. Weten dat je je meesterwerk al geschreven hebt, maar toch verder schrijven. Was dit boek twintig jaar eerder uitgekomen dan was het geweldig geweest, nu werd het een subtopper in zijn oeuvre. Niets om je voor te schamen overigens.

Quote: “Buiten liep Egon naar de pomp, om wat water over zijn gezicht te gooien, en om even zonder Axel te zijn. Toen hij opkeek stond hij tegenover Marjoke. Hij schrok, en zij schrok ook, ze had hem waarschijnlijk niet gezien. Hij voelde zich leeg en vies, voor eeuwig beroofd van iets.” (Blz. 57)


Nummer: 08-071
Titel: De grot
Auteur: Tim Krabbé
Taal: Nederlands
Jaar: 1997
# Pagina’s: 183 (14399)
Categorie: Fictie
ISBN: 90-351-2300-X

gerbie: (booshop)




Diversen – Geluk is gelul met een K (08-070)

Cabaretteksten in een boek blijft surrogaat. Je moet ze horen, zien, voelen, het liefst gewoon in een theaterzaal. Desnoods van CD of DVD. Maar de tekst die overeind blijft zwart op wit blijft een uitzondering.

Desalniettemin is het soms wel grappig om teksten terug te lezen. Vooral teksten van artiesten die je live gezien hebt of wiens stem zo bekend is, dat je al lezend de tekst hoort door de artiest zelf, al is het dan in je hoofd.

Deze verzameling teksten werd samengesteld door Jan J. Pieterse, sinds jaar en dag de presentator van Cabarestafette in den lande. Het concept is simpel. Drie jonge, aanstormende talenten die samen een avond vullen, aan elkaar gepraat door Pieterse, die een paar dichtbundels de zaal in slingert en al jaren doet wat Dijkshoorn sinds kort in DWDD op televisie mag doen.

In dit boek lezen we Vincent Bijlo, Bert Klunder, Andre Manuel, Jeroen van Merwijk en Kees Torn naast Poelifinario prijswinnaar Maarten van Roozendaal. Maar ook bij mij onbekende grootheden als Els de Schepper, Johan Hoogeboom, Marcel Beekman en Arno van der Heijden hebben de shift overleefd.

Leuk tussendoortje, het boek lag ook naast mijn computer, om die halve minuut van het opstarten te overbruggen, en die minuut van het inloggen (dank je Ziggo…) daarna.

Quote: “Een oorlog tegelijk, een oorlog tegelijk, een giro, twee partijen en dan verder geen gezeik. Gewoon gezellig, leuk, weer net als vroeger, met het Derde rijk. Een oorlog tegelijk.”


Nummer: 08-070
Titel: Geluk is gelul met een K
Auteur: Diversen, samenstelling: Jan J. Pieterse
Taal: Nederlands
Jaar: 2001
# Pagina’s: 128 (14216)
Categorie: Humor
ISBN: 90-6806-309-X

gerbie: (booshop)



Leon de Winter – Serenade (08-069)

Meerdere boeken van Leon de Winter staan er bij mij in de kast. Mijn moeder las er onlangs weer een van de bibliotheek. Zij prees de schrijver uitgebreid. Ik had nog nooit een boek van hem gelezen. Maar mijn oordeel over hem was niet gunstig. Opiniestukken in diverse kranten, optredens in praatprogramma’s op televisie, een boek van zijn vrouw Jessica Durlacher, het werkt allemaal in zijn nadeel.

Maar goed, die boeken staan niet voor niets op mijn plank, achter Paul Theroux en voor Joost Zwagerman, daarbij wil ik mij niet laten leiden door vooroordelen. Ik besloot het toch maar eens te proberen. Voor de zekerheid niet meteen een dikke pil, maar een dunnetje, om te beginnen. Serenade, uitgegeven ter gelegenheid van de boekenweek 1995 paste precies. Na 13 jaar stofvangen mocht het zo ver komen.

Ruim negentig bladzijden later ben ik er nog steeds niet uit. Het boek is uit, maar mijn oordeel is niet bekend. Mijn vooroordeel werd niet bevestigd, maar ook niet tegengesproken. Het verhaal over de moeder van Ben Weiss die op oude leeftijd, nog steeds reislustig, aan een nieuwe relatie begint en ineens compleet van de aardbodem verdwenen lijkt, leest eenvoudig, is ook wel boeiend, maar raakt me net niet genoeg. Ik kon het boek rustig opzij leggen om dan een dag later weer een paar bladzijden te lezen. Ik ben geen een keer verrast, op het verkeerde been gezet. Ik kwam geen literaire hoogstandjes tegen, geen zin die zo op een T-shirt kan.

Volgens mij kan er maar één conclusie zijn. Ik moet mijn oordeel opschorten, tot ik daadwerkelijk een van die dikkere boeken gelezen heb. Tot die tijd blijft De Winter gewoon die vervelende conservatieve eikel die waarschijnlijk goed kan schrijven, maar waarvoor ik geen bewijs heb.

Quote: “In jouw joodse wereld is het zo dat als ze erover praat, ze de oorlog nog moet verwerken, en als ze er niet over praat, ze de oorlog ook nog moet verwerken.” (blz.33)


Nummer: 08-069
Titel: Serenade
Auteur: Leon de Winter
Taal: Nederlands
Jaar: 1995
# Pagina’s: 96 (14088)
Categorie: Novelle
ISBN: 90-7433-616-7

gerbie: (booshop)


Eduardo Sacheri – Lo raro empezo despues (08-068)

A few years ago while travelling in Argentina, I visited several bookshops in Argentina, searching for some local football literature. My Spanish isn’t fluent, but I feel confident to read in it. Obviously, football, almost a religion in South America should have been enough for many shelves in local bookshops. I was disappointed. Nothing about the World Cup in 1978; not even much about the best footballer ever to have graced the pitches in this world.

On the bestseller table more to the front of the shop, I bumped into several books by Eduardo Sacheri. I had never heard of him, but as one seemed to be about football I decided to buy it. Esperandolo a Tito was a great discovery. I really loved his short stories and was really disappointed when I finished the book. Where to find new books, I don’t travel to Argentina often. I searched in several bookshops in Spain, searched for translations, but was never successful. The only option left was having them send from Argentina.

It worked; I found a shop in Santa Fé and bought another book on-line. This summer, when in Spain, I started reading it. It wasn’t easy; I only use my Spanish a couple of times every year, so I could do with a bit more practice. But even then, talking is easy compared to reading a book with plenty of local colloquialisms. I had to finish the book back home, but time caught up with me. I had started other books and this book started staring at me, as if pleading ‘please finish me’. I had to, apart from that Sacheri deserves it. His stories are too amusing, too well thought of, to ignore them. So after a few months, I did finish reading it.

The subtitle of the book says ‘stories about football and other novels’. Not just about football then, but Sacheri’s world is bigger than just writing about the beautiful game. Though stories about football games in his (or his character’s) childhood still are a highlight in a book that is fun to read from start to finish. The replacement goalie who gets a chance at revenge after years of waiting, the story about ‘el pibe’ (a typical Argentine word for a small but very creative player) El Chato, a holiday romance because or despite the World Cup in Italy, Sacheri always knows how to keep the reader entertained. A romantic at heart, in love, but also in his love for the game, he seems a good example of the South American spirit.

I’ll have to search online for another book soon I guess.

Quote: “De vez en cuando Victoria me miraba en sonreíamos. De buenas a primeras yo tenía algo con ella. Algo en lo que nadie más participaba.” (p.42)

Translation (mine, hence free, possibly not completely correct): “Time and time Victoria looked at me and we smiled. For sure, for now, there was something going on with her. Something that didn’t involve anyone else”.

Number: 08-068
Title: Lo raro empezó después
Author: Eduardo Sacheri
Language: Spanish (Argentina)
Year: 2006
# Pages: 302 (13992)
Category: Short stories
ISBN: 950-556-451-1

gerbie: (booshop)

08067
Wah wah 10 – Groeten van Rottumerplaat (08-067)


Het idee is al oud. Erg oud. BBC radio geloof ik, het heet in het Engels Desert Island discs. De vraag voor alle muziekliefhebbers: Welke muziek neem je mee naar een onbewoond eiland?

Gasthoofdredacteur Joost Zwagerman schreef meer dan honderd schrijvers en schrijvende musici aan en tot zijn verbazing wilde bijna iedereen meedoen. En dus krijg je een boek waarin Youp én Freek aan het woord komen, met Simon Vinkenoog en Jan Rot, Jeroen Wielaert en Kees van ’t Hart, Jessica Durlacher en Jan Donkers, Tom Barman en Kluun. Vooral mannen, maar ook gelukkig wat vrouwen.
Het leuke aan dit boek is, dat het resultaat geen lijstjesboek is, daarvan zijn er al zoveel. Elke schrijver mocht namelijk een verhaal inleveren. De keuze bleek soms erg lastig, de neiging vele artiesten te noemen die het nét niet geworden zijn, blijkt niet te onderdrukken. Het verhaal autobiografisch maken is ook erg verleidelijk.
Sommige schrijvers probeerden er bijna een wetenschappelijk verhandeling van te maken (“Eerder was Transformer het antwoord op een beklemmend post-hippie-idealisme dat ik in de jaren zeventig opzoog en waar ik mij aan overgaf tot ik overgaf, op het omhelzen van vrede en liefde, op het geloof in het goede dat ik deelde terwijl ik wel beter wist, op het ‘vrijheid’ genoemde egocentrisme van de zelfontplooiing.”), terwijl het ook simpeler kon (“De beste plaat aller tijden? The complete recordings van Robert Johnson. En waarom dan wel? Dat ga ik niet uitleggen. Luister zelf maar.”). De bijdehante opmerkingen zijn natuurlijk voorspelbaar (is er wel stroom?). Maar het blijft leuk te lezen waarom mensen juist voor die ene plaat gekozen hebben.

Tijdens het lezen is het natuurlijk onvermijdelijk dat je eigen smaak ook nog eens langs een meetlatje wordt gelegd. Welke schrijver is zo enthousiast over een mij niet bekende artiest dat ik een verkapt luisteradvies krijg? (Elliot Smith) Welke waardeloze artiest kan eigenlijk echt niet in dit boek? (Les Poppys, Julien Clerc, Frankrijk heeft toch ook wel goede artiesten?). Welke verwacht je maar kom je niet tegen? (U2), welke artiest lijkt onevenredig vaak gekozen (Bruce Springsteen). Welke albums zijn voorspelbaar? (White Album, OK Computer)

Geweldig leesmateriaal allemaal, al was het alleen maar omdat dit een nooit eindigende discussie betreft. Sterker nog, als je dezelfde schrijvers over tien jaar weer benadert en ze dwingt een nieuw stukje te schrijven zonder het oude weer eens op te zoeken, dan komen er volgens mij veel nieuwe inzichten weer naar boven. Over mijn eigen keuze twijfel ik ook nog altijd. Pink Floyd, Radiohead, Elvis Costello of zelfs Portishead. Of kies ik toch voor de Tröckener Kecks, jarenlang mijn favoriete band. Maar waarom valt Rick de Leeuw dan juist hier weer tegen door een oud romanfragment op te sturen, ipv een nieuwe rake column te schrijven? Of moet ik toch kiezen voor het Klein Orkest, omdat die teksten me zo duidelijk raakten. Durf ik Shakira te kiezen of is die ene geniale plaat van Gavin Friday mijn ultieme onbewoond eiland plaat? Mano Negra? Tom Waits? Jammah Tammah? World Party? Ibrahim Ferrer? Ik kies voorlopig nog maar even niet…

Quote: “Het werd pas pijnlijk toen we de inventaris opmaakten van artiesten die niet mee mochten. Het zogenaamde Nobelprijseffect: De lijst van achterblijvers bleek bijna even imposant als die van de uitverkorenen. Een beetje deprimerend zelfs.” (blz. 281)

Nummer: 08-067
Titel: Wah wah 10 – Groeten van Rottumerplaat
Auteur: 134. Samenstelling: Joost Zwagerman
Taal: Nederlands
Jaar: 2008
# Pagina’s: 288 (13690)
Categorie: Muziek
ISBN: 978-90-468-0436-0


gerbie: (cycling)




De Muur 21 - De zomer van ’68 (08-066)

Voor wielerliefhebbers was de zomer van ’68 een bijzondere. Terwijl er vele documentaires zijn gemaakt over deze zomer, vanwege de politieke veranderingen, culturele uitingen en het gehele tijdsbeeld, kent de liefhebber van de Tour het jaar alleen maar vanwege de eerste Nederlandse eindzege ooit in de belangrijkste wielerwedstrijd van het jaar.

Natuurlijk koos de redactie van De Muur dan ook voor een themanummer over deze zomer afgelopen voorjaar. Jeroen Wielaert zoekt zijn oude plakboek nog eens op en Wilfried de Jong gaat een stukje fietsen met de oud-winnaar. Bert Wagendorp concentreert zich op de Vlaamse verslaggeving die dag. Theo Koomen en Jan Wauters deden samen verslag. Als echt journalist beschrijft hij het verslag en geeft in voetnoten toelichting en correcties. Mooi is ook de herinnering van Joost Prinsen: “’Moeder’, zei ik, ‘Jan Jansen heeft gewonnen.’ ‘Goed zo jongen’, zei zij. ‘Leve PSV.’” (leuk detail: Prinsen schrijft de naam Janssen elf keer goed op, maar juist in dit afsluitend citaat, (bewust?) schrijft hij de naam met 1 s)

John Kroon jaagde kraaien uit een boomgaard, al luisterend naar Radio Tour de France, terwijl Hubert Smeets het historisch perspectief van de Tourwinst van Janssen uitgebreid beschrijft.

Mooi stukje geschiedenis. Mag de archieven in, over tien jaar hoeft het wat mij betreft echter niet overgedaan worden. Want weer een hele zomer die arrogante kop van Janssen op de televisie is toch echt te veel. Zet dan op zijn minst de microfoon uit.

Quote: “Dus riep Roel Tuinstra, terwijl Janssen begon te huilen, de klassieke woorden dei op iedere bandopname nog altijd zijn te horen: ‘Koekenbier, Koekenbier, Roel is hier.’ Weddenschap gewonnen. Geschiedenis gemaakt.” (Blz. 92)


Nummer: 08-066
Titel: De Muur 21. De zomer van ’68.
Auteur: Diversen (Jan Blokker, Jan Boesman, Robert Janssens, Wilfried de Jong, John Kroon, Peter Ouwerkerk, Joost Prinsen e.v.a.)
Taal: Nederlands
Jaar: 2008
# Pagina’s: 128 (13402)
Categorie: Sport (wielrennen)
ISBN: 978-90-204-0895-9

gerbie: (booshop)

Herman Brusselmans – Vergeef mij de liefde (08-065)


08065De hoofdpersoon van dit boek is als zo vaak de schrijver Herman Brusselmans. Dit spelletje speelt de schrijver vaak. Men herkent zonder problemen de auteur, zijn uiterlijk, zijn denkbeelden, zijn privé-situatie, het klopt allemaal. Maar tegelijkertijd is het natuurlijk een boek vol fictie. Achterop wordt het het eerste deel in de cyclus ‘Iedereen is uniek behalve ik’ genoemd. Brusselmans wordt her en der in het boek geconfronteerd met het verbod dat één van zijn boeken trof. Feiten, fictie, het maakt allemaal weinig uit als je Brusselmans leest.

Als zo vaak is de liefde de schrijver de baas. Naast zijn vrouw is er altijd een ander meisje. Is hij verliefd of wil hij graag dat er iemand verliefd op hem is, het blijft altijd lastig om te begrijpen. Hij beschrijft het hele verhaal natuurlijk op zijn eigen onnavolgbare manier, onderkoelde humor en bot sarcasme wisselen elkaar af, net zoals bruut geweld en geweldige terderheid stuivertje wisselen in het verhaal.

Zelf heeft hij ook door dat het boek aan de lange kant is. Na honderd bladzijden lijkt de telling even niet meer te kloppen, maar de schrijver legt het al snel uit: “We slaan nu, bij wijze van grensverleggende literaire ingreep met inbegrip van een goed uitgekiende tijdmanipulatie, een kutpagina of vierhonderd over.” Later in het boek doet hij dit weer met 250 pagina’s. Daarbij is er de behoefte om bepaalde fragmenten toe te lichten via een foto achter in het boek. “Een fotografische impressie van die mensen is opgenomen op pagina 951 van dit boek”, lezen we op bladzijde 904.

De cafébezoekers van zijn nieuwe stamkroeg (De verzonken heuvel) zijn, ook als gebruikelijk, weer een bizarre combinatie zonderlingen, waar Showroom trots op zou kunnen zijn. Al heb ik me laten vertellen dat het niet per se fictie hoeft te zijn, omdat in elk Vlaams café dergelijke types te vinden zijn. Al met al weer een vermakelijke roman van de niet meer zo jonge Oppergod van de Vlaamse literatuur.

Quote: “Ik durf niet eens tegen onze nieuwe zanger zeggen dat hij eigenlijk niet past in Based on a True Story. Ik durf het niet. Nochtans ben ik de leider. Tjonge, ik ben de lulligste leider die ooit een rockgroep heeft geleid. Hoe is het mogelijk dat ik uitgegroeid ben tot zo’n loser? M’n verstand staat er stil bij.” (blz. 593)

Nummer: 08-065
Titel: Vergeef mij de liefde
Auteur: Herman Brusselmans
Taal: Nederlands (Vlaams)
Jaar: 2000
# Pagina’s: 954 (volgens telling), 304 (13274)
Categorie: Fictie
ISBN: 90-461-4083-0

gerbie: (booshop)



Alexander Solzjenitsyn – Eén dag van Ivan Denisovitsj (08-064)

Ik ben nog nooit in Rusland geweest. Helaas ook niet in de Sovjet Unie. Helaas, omdat ondanks alle fouten in het systeem, het land toch wel interessant was. Onlangs bezocht ik Estland, een jaar of vijftig onderdeel van dat ondertussen niet meer bestaande land. Ik las een boek over de Sovjet Unie.

Al sinds mijn studietijd lees ik graag boeken van Russische schrijvers. Dostojevski en Tolstoj werden twee decennia geleden al snel favorieten. Bij de beste boekhandel van Nederland, als het gaat om Russische boeken (te Deventer), kocht ik het boek van Solzjenitsyn een tijdje geleden. In Wordt Vervolgd, het blad van Amnesty International, werd het aangeprezen. Eerder dit jaar overleed de schrijver. Nog een extra reden om het boek eindelijk te lezen.

Een simpeler idee voor een boek kan overigens niet bestaan. Gewoon vertellen hoe een dag in een strafkamp in Siberië er uit ziet. Geen tierelantijnen, geen uitleg. Gewoon beginnen om vijf uur ’s ochtends, aan het eind van de dag eindigen.

Maar ondanks, of misschien wel juist dankzij die simpelheid, raakt het boek je al snel. De dag waarop natuurlijk gewerkt moet worden, ondanks de vrieskou, een temperatuur van dertig veertig onder nul blijkt geen uitzondering te zijn. Wat mij als leek op dit gebied vooral opvalt, zijn de tientallen, misschien wel honderden regels. Natuurlijk is een strafkamp een voorbeeld van een stuk maatschappij waar regels belangrijk zijn. Maar dat het zo ver gaat dat het maandrantsoen tot op de gram is bepaald, dat er op bepaalde plekken geen grondstoffen zijn, omdat de gevangen die achterover zouden kunnen drukken, terwijl ze wel nodig zijn voor het werk, het is allemaal moeilijk te bevatten. Maar naast alle formele regels, zijn er vooral extreem veel informele regels. Als ik dit voor mij doe, dan krijg ik ooit van jou weer iets terug. Ik sta in voor jou in de rij, dan krijg ik van jou een sigaret. Als jij mij helpt met het werk goeddoen, dan kon het werk morgen wel eens simpeler zijn. Onnavolgbaar allemaal.

Solzjenitsyn schreef dit boek natuurlijk stiekem in de toenmalige Sovjet Unie. Het werd dan ook eerst in het buitenland een succes, voor de illegale kopieën het hele land doorreisden. Nog onbegrijpelijker is het optimisme van de schrijver. Zijn gevoel voor humor. Ook dat valt bijna niet voor te stellen. Iemand die voor jaren naar Siberië gestuurd wordt en toch positief in het leven staat.

Prachtig boek. Mocht ik ooit de trein naar Wladiwostock nemen, dan moet ik maar een ander boek van hem meenemen.

Quote: “Dit spel werd iedere dag gespeeld: voor ze ophielden met werken raapten de gevangen stukjes afvalhout, stokken en gebroken latwerk op, die ze met eindjes touw of afgesleten bandjes bijeen sjorden, om ze op hun rug mee te nemen.” (Blz. 134)

Nummer: 08-064
Titel: Eén dag van Ivan Denisjov (Orig.: Odin den’ Ivana Denisovitsja)
Auteur: Alexander Solzjenitsyn
Taal: Nederlands (Orig.: Russisch)
Jaar: 1970 (Orig.: 1962)
# Pagina’s: 204 (12970)
Categorie: Literatuur
ISBN: 90-225-0318-6

gerbie: (booshop)




Bill Bryson – The life and times of the Thunderbolt kid (08-063)

The subtitle explains a lot. ‘Travels through my childhood’, Bryson takes us back to small town US, fifties style. In his case, referring to a famous first sentence of his own book: “I come from Des Moines. Somebody had to.” So strictly spoken, this is not a travel book. It could be classified as an autobiography. In Bryson’s case it is a bit of both.

And I’m very happy with this book. I did enjoy his language books; I finished and found many interesting facts (most of them forgotten since) in his ‘Small history of nearly everything’. But Bryson is at his best when travelling, even like this time, travelling through time and memory.

The Thunderbolt kid again is laugh out loud funny. At many moments I felt like reading out loud the passage I had just read to random strangers, just to share to delight of his writings. Stories about his school, about his neighbourhood, it gives a great impression what it was like to grow up in a country that was growing up itself. Or as quoted on the back cover: “It was a happy time, when almost everything was good for you, including DDT, cigarettes and nuclear fallout.

I think, at least I hope, that some of the stories are exaggerated. I’m not bothered. I’m glad that the lazy student Bryson turned out to be a great writer, who unlike his school days, spends great amounts of time on research.

To say that I am looking forward to another Bryson travel book is an understatement.

Quote: “Then I might move on to imponderables. How could we be sure that we all saw the same colours? Maybe what I see as green you see as blue. Who could actually say? And when scientists say that dogs and cats are colour-blind (or not – I could never remember which it was), how do they know? What dog is going to tell them?” (p. 226)

Number: 08-063
Title: The life and times of the Thunderbolt Kid
Author: Bill Bryson
Language: English (U.S.)
Year: 2006
# Pages: 404 (12766)
Category: Travel
ISBN: 978-0-552-77254-9

gerbie: (booshop)
 

Mike Gayle – Wish you were here (08-062)

On holiday in an English speaking country I do not bring many books with me. I know I will end up buying several books while there anyway. This was one of the first books I bought last summer. A safe bet. I have read most (all?) books by Gayle by now. Dinner for two. His ‘n hers. Brand new friend. His first two "My legendary girlfriend" and "Mr. Commitment" before I started blogging about books. "Turning thirty" I can't find right now in my memories.

I did read it shortly after my holiday this summer. It actually is a holiday story. Charlie, Andy and Tom go to Malia, Creta for their holidays. Like they did when they were 18. But the main public in that town is still in their early twenties, they have grown a bit older. Mid thirties is what they would call it themselves.

Obviously the story gets complicated in Greece. Funny, tragic, romantic, laddish, the story takes a turn nearly every chapter. And with some of these chapters only one or two pages long, there’s quite a few twists in the story.

Plots aren’t Gayle’s main quality, but if you are looking for a nobrainer on holiday, I’m fairly sure they don’t come much better than this.

Quote: “You’re right. She is amazing. And I can’t believe you’re making me remind you but here goes: you’ve got a girlfriend.” (page 113)


Number: 08-062
Title: Wish you were here
Author: Mike Gayle
Language: English (UK)
Year: 2007
# Pages: 409 (12362)
Category: Fiction
ISBN: 978-0-340-82542-6
gerbie: (booshop)
 

Wilfried de Jong – Aal (08-061)

Geweldig theaterduo uit het verleden: Waardenburg en De Jong. De laatste rolde het televisiewerk in, via Sportpaleis de Jong werd het Holland Sport, samen met Matthijs van Nieuwkerk, tegenwoordig weer alleen. Tussendoor zagen we hem als de minnaar van Kim van Kooten in Evelien (weer jaloers), als presentator van het erg mooie, maar niet gewaardeerde Pakhuis de Jong en als schrijvend journalist her en der.

Wilfried de Jong is nog veel veelzijdiger dan dat. Hij schreef ook een bundel verhalen. Aal, zeven jaar geleden genomineerd voor de Debutantenprijs. Afgelopen winter, met oud en nieuw zag ik hem met zijn gezin in Venetië. Ik had hem wel willen zeggen hoe zeer ik zijn werk bewonder, dat ik al in de zalen zat toen hij met Martin van Waardenburg door het land tourde. Dat ik zijn reisaflevering vanuit Mexico in Topolessen gebruik, dat ik op de Gavia, tijdens een wintersportvakantie in Bormio, precies het tunneltje herkende waar hij stond tijdens de reconstructie van de wereldberoemde giro-etappe met Johan van der Velde en Erik Breukink. Dat ik ‘De linkerbil van Bettini’, zijn bundel sportverhalen (mijn recensie) in één ruk uitlas. Maar ik liet hem toch maar met rust. Zit hij vast niet op te wachten. Hij heeft ook recht op vakantie.

Zijn boek verdient veel waardering. Mooie verhalen. Zijn liefdes komen wel duidelijk naar voren. Jazz. Boksen. Tragiek. Ze komen terug in de verhalen van Aal. Het titelverhaal een mooi voorbeeld van de absurde humor die hem in het theater al goed uitkwam. Kors slikt tijdens het vissen een levende aal compleet in. Hij voelt het leven in zijn buik. Als dierenliefhebber doet hij er alles aan om het beest in leven te houden.

Het laatste verhaal ‘De overkant’ deed al snel een lampje branden. Achterin de verantwoording schrijft De Jong dat hij geïnspireerd was door een film, ik heb het idee dat hij het verhaal achter een waar gebeurd krantenbericht heeft geschreven. Voorspelbaar dus, maar daarom niet minder goed.

Ook ‘Big fat’ leent zich door zijn absurditeit voor verfilming in een sketchprogramma. ‘Vrouwenklank’ schrijf je als je in een auto zit en die mooie vrouwenstem op de radio hoort. Eenmaal thuis snel uitschrijven, het idee heeft zich allang onderweg gevormd.

Eigenlijk is elk verhaal de moeite waard, het erg korte ‘Zand’ is denk ik mijn favoriet. Maar misschien dat ik volgende week wel een ander verhaal zou kiezen. De Jong mag van mij meer verhalenbundels uitbrengen. Over sport of zoals deze compleet verzonnen. Het maakt mij niet uit.

Quote: “Eenmaal binnen begint de bezoeker van het openbaar toilet aan de wastafel. Immers, in de loop van de dag zijn handen veelvuldig in aanraking geweest met vieze leuningen, deurknoppen en handen van andere viezeriken. Let dus op: belangrijk! Handen zijn viezer dan uw apparaat en dienen dus voorafgaand aan de plas gereinigd te worden met een weinig zeep uit de houder.” (blz.120)

Nummer: 08-061
Titel: Aal
Auteur: Wilfried de Jong
Taal: Nederlands
Jaar: 2000
# Pagina’s: 159 (11953)
Categorie: Fictie
ISBN: 90-417-0641-0

Profile

gerbie: (Default)
gerbie

May 2009

S M T W T F S
      1 2
34 5 6 7 89
10 11 1213 1415 16
171819 202122 23
24252627282930
31      

Syndicate

RSS Atom

Most Popular Tags

Style Credit

Expand Cut Tags

No cut tags
Page generated Jul. 27th, 2017 06:48 pm
Powered by Dreamwidth Studios